Reizigers en NS-medewerkers onderweg

Liefde die opbloeit in een treincoupé, een reiziger die z'n trouwring door de wc spoelt en een conducteur die optreedt als reddende engel: 'Ik vertel dit verhaal aan iedereen die het maar horen wil.'

‘Nu ik het vertel, raak ik weer ontroerd’

Bijna liep Helma Manschot (69) uit Eindhoven een crematie mis. Een hoofdconducteur bleek haar reddende engel.

‘Afgelopen mei ging ik met de trein naar Zwolle voor de crematie van mijn zwager. Gelukkig was ik een uur te vroeg op het station, want mijn trein bleek niet te rijden. Geen probleem, ik kon een andere route nemen. Eenmaal in die trein werd omgeroepen dat de trein niet verder zou rijden. Oh nee, dacht ik, ik kan écht niet te laat komen. Ik heb zo’n sterke band met mijn zus en zij heeft net haar man verloren. Ik hoor vooraan naast haar te zitten ...’ ‘Net toen ik in paniek begon te raken, kwam de conducteur als een engel op mijn pad. Hij zei meteen: “Mevrouw, ik zorg dat u op tijd aankomt.” Hij regelde een taxi en ik was op tijd bij het crematorium. Nu ik het vertel, raak ik weer ontroerd. Het was zo’n ontzettende goede service en ik hoefde er niets voor te betalen. Ik kon er op die belangrijke dag zijn voor mijn zus. Daar blijf ik NS voor altijd dankbaar voor.’

Wat Helma doet als mensen in haar omgeving klagen over NS?

‘Hoewel ik een auto heb, ga ik bijna altijd met de trein. Daarin kan ik lezen, naar buiten kijken: ontspannen reizen. Vertragingen zijn vaak niet de schuld van NS, dus ik kon al niet tegen mensen die klagen over NS. Dan moet je niet bij mij zijn, nee. En na deze geweldig fijne ervaring al helemaal niet meer. Ik vertel dit verhaal aan iedereen die het maar horen wil. Juíst ook tegen mensen die klagen.’

‘Toen ook ik binnenliep, viel hij van zijn stoel’

De tweeling Janet en Andrea (56) werkt al vier decennia bij NS – samen met nóg meer familieleden. Geen wonder dat NS als familie voelt.

Janet (links op de foto) vertelt: ‘Vroeger zaten we als peuter al samen op de stoeprand. Stiekem sokjes uitwisselen zodat niemand ons uit elkaar kon houden. Daarin zijn we niet veranderd: laatst ging Andrea koffie halen in het keukentje waar een aspirant-conducteur zat. Toen ik ook binnenliep, viel hij van zijn stoel, hahahaha! Onze president-directeur Marjan Rintel vroeg onlangs of zij er ook al eens was ingetuind. Toen zei Andrea tegen mij: ''Was dat een sollicitatie naar ...?’' Als zestienjarige rolde ik NS binnen, nadat Andrea er ook was gaan werken. We zijn echt als familie in de armen gesloten. Ik heb er mijn man ontmoet en ook mijn andere zus, haar partner én onze bonuszus werken bij NS. Of we het tijdens het kerstdiner over NS hebben? Zeker niet. We proberen een gezonde afstand van ons werk te houden. En als ons iets het afgelopen jaar duidelijk is geworden, is het wel dat er naast werk ook andere belangrijke zaken zijn.’ De foto is genomen vóór de nieuwe maatregelen van 6 november.

‘Na een halfjaar woonden we samen’

Gera (38) en Paul (43) Laurens uit Purmerend vormen een heus treinstel. Twintig jaar geleden stapten ze in dezelfde ‘koninklijke’ trein, niet wetende dat dit hun leven voor altijd zou veranderen.

Gera: ‘Ik ga gewoon, dacht ik toen mijn huisgenoot me last minute meevroeg naar een concert die avond.’ Paul: ‘Die huisgenoot was de vriendin van een collega, met wie ik kaartjes had gekocht. Plus één extra, die zou vast wel van pas komen.’ Gera: ‘Ik ontmoette de rest in de trein. Daar zaten we in zo’n roodleren vierzitje, met boven de stoelen van die plastic houders waar je naamkaartjes in kon schuiven. Iemand had daar uitgescheurde krantenkoppen ingestopt: ik zat onder ‘Willem-Alexander’ en Paul onder ‘Máxima’.’ Paul: ‘Onze vrienden bekroonden ons meteen als koninklijk paar!‘ Gera: ‘Ik voelde dat ik me niet anders voor hoefde te doen. We vonden elkaar meteen leuk.’ Paul: ‘Er was een instant connectie. Een halfjaar later woonden we samen.’ Gera: ‘En nog wat jaar later hebben we twee kinderen. Naar concerten gaan we nog steeds graag, nog altijd met de trein.’ Paul: ‘Dat is altijd een kleine flashback.’ Gera: ‘Zo van: weet je nog, zo is het twintig jaar geleden begonnen.’ De foto is genomen vóór de nieuwe maatregelen van 6 november.

‘Hoe moet ik dit aan mijn vrouw vertellen?’

Jan Lammes (73) uit Ilpendam blikt terug op zijn diensttijd in 1968, toen hij met een ‘vrij vervoertje’ naar huis ging in de weekenden.

''Hoe moet ik dit aan mijn vrouw vertellen?'' vroeg een van mijn medesoldaten helemaal van de kaart. De hele coupé moest lachen en had tegelijk met hem te doen. De jongen was net beduusd teruggekomen van de wc in de trein, waar hij bij het handen wassen zijn trouwring was verloren. Ploep, daar ging-ie, door het gootsteentje naar het spoor. Ja, we maakten wat mee als militair.' 'Elk weekend mochten we in ons tenue vrij naar huis reizen met de trein. Ik was twintig jaar en moest na een feestweekend op maandagochtend altijd uitkijken dat ik niet in slaap viel. Onze kazerne was gevestigd in Bergen op Zoom en daar vieren ze goed carnaval. Omdat er het jaar daarvoor rottigheid was uitgehaald door militairen, mochten wij er niet heen. We zijn toen over het hek geklommen om toch te gaan, maar zagen bij terugkomst een verscherpte wacht. Toen hebben we heel wat uren in de bosjes moeten wachten.’ De foto is genomen vóór de nieuwe maatregelen van 6 november.

Tekst: Janneke Grootings. Beeld: Saskia Lelieveld, Catharina Gerritsen.

Deel via: