Hoe gaat het met jullie?

De afgelopen maanden waren een uitdaging, voor reizigers en voor NS-medewerkers. Iedereen had haar of zijn manier om ermee om te gaan.

‘Zo fijn om elkaar weer in het echt zien’

Toos (76) en Frans (77) Jansen reisden tweewekelijks naar Amsterdam om op hun kleindochter te passen, tot corona kwam. Nu de lockdown voorbij is, staat Filou (8) te springen om hen weer te zien. ‘Half maart waren we hier voor het laatst. Opeens konden we nergens meer naartoe. We wonen midden in het gebied dat het zwaarst getroffen was, in het Brabantse Schijndel. En wij vallen in de risicogroep, dus het was écht oppassen. Voorheen waren we elke twee weken in Amsterdam om op Filou te passen. Heerlijk, ze is enthousiast en een echt speelkind. Gelukkig konden we via FaceTime toch contact houden. Maar het is veel fijner om elkaar in het echt te zien. Deze eerste ontmoeting met Filou is zó leuk! We twijfelden nog of we haar wel moesten aanraken, maar er was geen houden aan. Ze vliegt je gewoon om de hals. De treinreis viel mee. De mondkapjes zijn niet fijn, maar je went er snel aan. We hebben ons niet onveilig gevoeld. Met ons Voordeelurenabonnement reizen we in de daluren, het was heel rustig in de trein. Vanaf nu zullen we weer vaker naar Amsterdam gaan, want de band met je familie is toch het allerbelangrijkste.’ Lees meer over onze abonnementen.

‘Ik heb de levendigheid echt enorm gemist’

Hoofdconducteur Leonoor is blij dat de reizigers weer terug zijn. Haar standplaats is Amersfoort, maar je kunt haar door heel Nederland tegenkomen. ‘Sinds twee jaar ben ik conducteur – een superbaan. Ik vind het heerlijk om contact te maken. De ene dag spreek ik iemand die een wereldreis gaat maken, de volgende dag een vluchteling. Ook aan verdriet loop ik niet voorbij. Soms hebben mensen echt een luisterend oor nodig. Ik heb de levendigheid dit voorjaar dan ook enorm gemist. Ik zie mezelf nog staan op een uitgestorven Amsterdam. Mensen die moesten reizen, vonden de stille trein soms ongemakkelijk. Daarom zorgde ik dat ik zichtbaar was en mensen gerust kon stellen. Op een avond stapte er een uitgebluste verpleegster in. ‘Ga maar lekker in de 1e klas zitten, hoor’, zei ik. Dat waren de mensen waarvoor we het deden. Het is heerlijk dat ik reizigers nu weer naar hun werk mag brengen. Met mondkapjes natuurlijk. Wat ik grappig vind: je gaat heel erg op de ogen letten. Aan de guitige blik zie je meteen wie er in is voor een grapje. Ik hoop dat grote festivals straks ook weer zijn toegestaan. Die blije festivalgangers brengen zo’n leuk sfeertje met zich mee. Maar voorlopig gaat het nog rustig aan allemaal. Zo houden we het veilig.’

‘Je hoort mij niet klagen over het mondkapje’

Muriël Bakker is verpleegkundig specialist-in-opleiding in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie. Ze forenst – met vouwfiets – tussen Amsterdam en Utrecht. ‘Vanaf mijn huis ben ik in vijf minuten op Amsterdam Centraal. Een klein halfuur in de trein – even tijd voor een boek, muziek of een serietje. En dan nog twintig minuten op de fiets door Utrecht, lekker in beweging. Die reis maakte ik ook tijdens de lockdown. Bang ben ik nooit geweest. Wat me bijblijft, is de overweldigende stilte in stad, station en trein. In die eerste weken was er zorg over wat er op ons af zou komen in het Prinses Máxima Centrum. We behandelen kinderen die kanker hebben: hoe gevaarlijk was corona voor hen? Gelukkig kon ik ouders en kinderen geruststellen. Van oncologische centra in Italië kregen we al snel het signaal dat kinderen amper ziek werden. Onze behandelingen konden doorgaan. Ik heb enorm veel respect voor het werk dat in deze periode op de ic’s is verzet. Ik heb zelf op de kinder-ic gewerkt en weet hoe intensief het daar is. Met beschermende kleding is dat bijna niet te doen. Je hoort mij dus niet klagen over het mondkapje in de trein. We doen het voor elkaar.’

‘Ik vind het wel mooi dat we even stilgezet zijn’

Aan de infobalie, achter het loket of op het perron: je kunt servicemedewerker Evert van de Pol (27) overal op Amersfoort Centraal treffen. Hij staat klaar met advies en een helpende hand. ‘Ik ben heel blij dat er weer reuring is op het spoor. Normaliter loop ik vaak door het station om mensen te helpen tijdens hun reis. Maar gedurende de lockdown konden we alleen maar achter het loket zitten. Heel vreemd, die bijna verlaten ontvangsthal met gesloten winkeltjes. Toch maakte ik ook in die tijd bijzondere dingen mee. De weinige reizigers die ik sprak, waren vaak heel open. De gesprekken waren minder vluchtig dan anders. Zo kreeg ik een mevrouw in tranen aan het loket: ze was op weg naar haar zus die op sterven lag. Dat raakte me behoorlijk. Inmiddels kom ik ook weer buiten op de perrons. Het is zo leuk om weer bekende gezichten te zien en even bij te praten. Zelf reis ik ook met de trein naar m’n werk. Het mondkapje beperkt het contact, maar de sfeer is goed. En gelukkig houden mensen zich in het station meestal netjes aan de anderhalve meter. Soms moet ik een groepje aanspreken, ze springen dan netjes uit elkaar. Het mooie vind ik dat deze periode ons even heeft stilgezet. Ik ben me er meer bewust van hoe goed we het hebben. Je beseft dat het leven er ook heel anders uit kan zien.’ Lees meer over onze coronamaatregelen.

Tekst: Bas Popkema

Deel via: